Denkbeelden

Zoals eerder vermeld stonden de Zochers bekend als doeners die zelf niet theoretiseerden. Ze hebben geen traktaten of theorie achtergelaten waarin ze hun denkbeelden uiteen zetten. Stief-kleindochter van J.D. Zocher jr., Amy Geertruida de Leeuw, ook wel bekend onder het pseudoniem Geertruida Carelsen, is begin 20e eeuw de eerste en een van de weinigen die publiceert over de theorie en denkbeelden van J.D. Zocher jr. en L.P. Zocher. Hieruit blijkt dat binnen de familie een brede consensus bestond over hoe je een aanleg diende te realiseren en dat de Zochers zeer stijlvast waren. Centraal hierin staat het concept ‘natuur’ en de opvatting dat de parken een natuurlijke en landschappelijke uitstraling moeten hebben waarin de verwondering over de verscheidenheid van ‘de natuur’ een belangrijke rol speelt. De 18e en 19e eeuw kenmerken zich op het gebied van parkaanleg door een grote toename van het beschikbare plantensortiment afkomstig uit verschillende werelddelen. De Zochers pasten deze soorten zodanig toe dat deze op hun voordeligst uitkwamen. Zocherparken zijn hiermee in de beleving van de 19e-eeuwse ontwerpers en het publiek een ode aan de verscheidenheid van de natuur.

Litho van de parkaanleg van Clingendael te Wassenaar, J.L. Daiwaille, naar B.C. Koekkoek, tussen 1830 en 1850. Op deze afbeelding is goed zichtbaar dat de door de Zochers ontworpen parkaanleg natuurlijk en landschappelijk oogde. De variatie in de beplanting valt zelfs op deze zwart-wit afbeelding op. Ook het gebruik van de parken is goed zichtbaar; wandelen, vissen en spelevaren.

De ideeën van de Zochers over parkaanleggen bereikten door deze veel verspreide afbeeldingen een breed publiek.

Coll. HNI, ABLE inv. nr. L6

Ontwerp voor een aanleg in landschapsstijl op Woestduin te Bennebroek door J.D. Zocher sr., circa 1810. In het ontwerp is de hoofdas van de oude aanleg behouden, maar opnieuw vormgegeven in landschapsstijl. De moestuin en de dwarslaan voor het huis zijn ongewijzigd opgenomen en maken geen deel uit van het nieuwe ontwerp. Het resultaat van de reorganisatie is een natuurlijk en landschappelijk ogende compositie met een reeks vloeiend in elkaar overlopende parkdelen met een eigen thema (boomgaard, bos, naaldbomenweide, en uitkijkheuvel deels met grashellingen). Het paden- patroon is het leidmotief door de aanleg. De paden zijn nadrukkelijk slingerend. Direct achter het huis ligt een zuiver rond bloemenperk.

Part. Coll.

Bij de Zochers staat ‘de natuur’ ook nadrukkelijk tegenover het kunstmatige, tegenover het ‘dwingen’ van beplanting in een keurslijf, bijvoorbeeld door blokvormig te snoeien. Dit neemt niet weg dat hun ‘natuurlijke’ aanleggen in landschapsstijl met verwijzingen naar het pastorale landschap, even kunstmatig zijn als geometrisch aangelegde tuinen, vormsnoei en bloembedden.
Rond 1800, in de tijd van J.D. Zocher sr., die vaak parken in geometrische stijl transformeerde tot een aanleg in landschapsstijl, was een aanleg in landschapsstijl zeer vernieuwend. Dit gold ook voor de opdrachtgevers, die de keuze voor zo’n vernieuwende transformatie bewust maakten.
In J.D. Zocher jr.’s tijd was een grootschalige aanleg in landschapsstijl inmiddels een modieus en noodzakelijk statussymbool geworden. Eigenaren van buitenplaatsen lieten parken in landschapsstijl aanleggen omdat dat nu eenmaal zo hoorde en lieten dat dan doen door ‘de besten’: de Zochers.

Download de volledige publicatie