Oosterbeek

Oosterbeek ligt in de binnenduinrand op de overgang van een hoger gelegen strandwal (oude duinen) en een lager gelegen strandvlakte (veenweide). De buitenplaats ligt een stukje ten noorden de oude kern van Den Haag aan de oude doorgaande weg naar Wassenaar en Leiden.

De geschiedenis van Oosterbeek begint met een boerderij ter plaatse van het latere hoofdhuis. Vanaf de aankoop in 1629 door Jonathan van den Luchtenburgh (?-1659) krijgt de boerderij ook een functie als buitenplaats. Bij de toegangsdreef vanaf de weg door het Haagse bos wordt een ‘speelhuis’ gebouwd en op het daarachter gelegen perceel wordt een grote gecombineerde moes- / siertuin in geometrische stijl aangelegd. In 1745 vererft Oosterbeek op Nicolaas van der Dussen (1718-1770), die Oosterbeek uitbreidt tot een grote volwaardige buitenplaats met een omvangrijke aanleg in geometrische stijl. Op de plaats van de boerderij wordt een groot landhuis gebouwd dat uitkijkt over een grand canal. Deze hoofdas wordt ter plaatse van het voorplein gekruist door een dwarsas met een menagerie aan de noordzijde en een theekoepel op een bergje aan de zuidzijde. Een groot deel van de bijbehorende landbouwgrond wordt omgevormd tot (hakhout)bos. In 1783 koopt Ignatius Johan van Hees (1732-1786) de buitenplaats Oosterbeek. Hij begint met de omvorming van de geometrische

aanleg tot een aanleg in landschapsstijl naar ontwerp van J.D. Zocher sr. Na zijn plotselinge overlijden in 1786 wordt Oosterbeek in 1791 gekocht door de familie De Moraaz, die het werk voortzet. Omstreeks 1855 werkt J.D. Zocher jr. in opdracht van baron Van Brienen van de Groote Lindt (tevens eigenaar van het naastliggende landgoed Clingendael) aan enkele kleine wijzigingen van de aanleg.

Vanaf 1935 is Oosterbeek in gebruik als ‘filmstad Wassenaar’, waarbij grote studiogebouwen naast het hoofdhuis verrijzen. In WOII worden op Oosterbeek een V1 Lanceerplatform en een serie kazematten gebouwd, waarbij de grote moestuin uit de 17e eeuw verloren gaat. Ter plaatse van de boerderij ‘t Uylenest en de naastgelegen parkweide, die in de aanleg waren opgenomen, wordt een grote nieuwe politiekazerne gebouwd. In 1944 bombarderen de Geallieerden het hoofdgebouw en de filmstudio’s van Oosterbeek. Na de oorlog worden de resten van de vernielde bouwwerken afgebroken en wordt Landgoed Oosterbeek vanaf 1953 officieel in gebruik genomen als openbaar wandelpark. De buitenplaats is als wandelgebied vooral populair bij bewoners van de naastgelegen Haagse woonwijk Benoordenhout. In 1993 is het terrein van de voormalige grote moestuin in gebruik genomen door de Dierenambulance & hospitaal Den Haag. De weidegronden aan de zuidzijde van de buitenplaats zijn in 2000 grotendeels bebouwd.

door het noordelijke parkbos ligt de voor J.D. Zocher sr. typerende brede, slingerende eikenlaan als hoofdontsluiting van het parkdeel. De bermbegroeiing rukt langs de bomen op tot op het pad. Hierdoor vervaagt de historische laanstructuur van bomen in het padprofiel, met daarachter de laanberm.

Foto M. Bos, 2016

Beukenlaan door het zuidelijke parkbos. Door uitval van bomen is de laanstructuur aan het vervagen. Het pad heeft intensiever onderhoud nodig, om de strakke, slingerende lijnvoering beleefbaar te houden en tot zijn recht te laten komen.

Foto’s K. Aschman, 2016

Vanaf 1783 is Oosterbeek door J.D. Zocher sr. omgevormd naar een aanleg in landschapsstijl. Met uitzondering van de toegangslaan en de grote moestuin uit de 17e eeuw transformeerde hij de gehele aanleg op voor hem kenmerkende wijze met vaste ‘ingrediënten’, vertaald en toegepast op de vorm en schaal van Oosterbeek.
Van de aanleg op Oosterbeek is geen ontwerptekening bewaard gebleven. Typerend voor het werk van J.D. Zocher sr. op Oosterbeek is het hoofdmoment van de grote vijver, het netwerk van gebogen eikenlanen en de grote afwisseling van parksferen met een transparante beplanting die vloeiend in elkaar overlopen. Daarnaast schemert de geometrische aanleg ook nog door de aanleg in landschapsstijl heen door de inpassing van de reeds bestaande bouwwerken. Het ontwerp van J.D. Zocher sr. voor Oosterbeek omvatte:

  • De omvorming van het grand canal in de hoofdas van het huis tot een grote slingervijver met een centrale zichtlijn, een eilandje en een omwandeling;
  • Verwerking van de dwarsas voor het huis met behoud van de menagerie en de berg met de koepel;
  • De aanleg van een slingerende ‘bosbeek’, begeleid door een reeks verhoogde koppen en bergjes en een wandeling;
  • De aanleg van een netwerk van slingerlanen. Getuige de bewaard gebleven resten wordt dit lanenstelsel geheel in eik aangeplant;
  • Een aansluitend netwerk van wandelpaden door de aanleg;
  • De aanleg van verschillende grasvelden; ten zuidwesten van de grote vijver, in de omgeving van de berg met koepel en kleine grasveldjes verspreid door de aanleg;
  • De aanleg van de rondwandeling om het grote weiland van boerderij ‘t Uylenest. De boerderijgebouwen en het weiland werden verwerkt als een pittoresk parktafereel in de aanleg in landschapsstijl.

Kort voor 1855 reorganiseert J.D. Zocher jr. in opdracht van de familie Van Brienen van de Groote Lindt, die dan tevens het naastliggende landgoed Clingendael in bezit heeft, de beplanting van het park enigszins en hij ontwerpt een tuinmanswoning met een voorgevel in eclectische stijl met gotische elementen. Tevens ontwerpt hij een nieuwe verbindingslaan van Clingendael naar Oosterbeek. Deze laan ligt aan de zuidwestzijde van de aanleg en voert feitelijk om de bestaande parkaanleg heen. Bij de aanpassingen door J.D. Zocher jr. blijft de aanleg van Zocher sr. op enkele kleine aanpassingen na geheel intact.

Download de volledige publicatie