Voorgeschiedenis van de familie

De Zochers zijn oorspronkelijk afkomstig uit Duitsland. Zij passen daarmee in de traditie van Duitse architecten die in Nederland werkzaam waren, zoals leermeester en schoonvader van J.D. Zocher sr., J.G. Michael (1738-1800), en bekende latere tuinarchitecten als Eduard Petzold (1815-1891) en Otto Schulz (1869-1953). De precieze reden van de verhuizing van J.D. Zocher sr. naar Nederland is onduidelijk. De economische en politieke situatie in Zochers geboorteplaats Turgau was instabiel aan het eind van de Zevenjarige oorlog (1756 -1763), maar in Nederland was de politieke en economische situatie in deze periode niet veel beter. Vermoedelijk vertrekt J.D. Zocher sr. onder begeleiding van zijn vader naar Nederland vanwege de connecties van zijn oom, de Kunstgärtner Carel Friedrich Zocher, die in Nederland zijn opleiding had genoten.

Michael en de Zochers hebben een bepalende rol gespeeld bij de introductie van de landschapsstijl in Nederland. De focus van de Zochers ligt echter niet alleen op tuin- en landschapsarchitectuur; drie van de vier Zochers waren ook bouwarchitect. Dat is niet vreemd; het onderscheid tussen tuin- en bouw- architectuur is in de 19e eeuw niet strikt. Van J.D. Zocher jr. en L.P. Zocher zijn naast tuinontwerpen ook architectuur- en interieurtekeningen bewaard gebleven. Een bekend ontwerp van J.D. Zocher jr.’s is de Beurs van Zocher op de plek van de huidige Bijenkorf, het voormalige beursgebouw op de Dam in Amsterdam.

J.G. Michael, de schoonvader van J.D. Zocher sr., was betrokken bij de tuin- en parkaanleg van Beeckesteijn. Onder zijn leiding werden de tuinen aangepast in landschapsstijl.

Coll. Noord-Hollands Archief, inv. nr. NL-HlmNHA_560_001943_XL

Ansichtkaart uit 1905 met De Bolwerken, singelgracht met Kennemerbrug, de Kloppersingel en de gebouwen van Kwekerij Rozenhagen

Coll. Noord-Hollands Archief, inv. nr. NL- HlmNHA_55001666_02

Wat opvalt bij alle Zochers is dat zij zich niet profileren als onderdeel van een wetenschappelijke discipline, ondanks het feit dat ze als tuinarchitecten ontegenzeggelijk invloedrijk zijn. Ze zullen als ontwikkelde architectenfamilie allen op de hoogte zijn geweest van de belangrijkste literatuur en ideeën over de landschapsstijl, maar staan bekend als praktische doeners die zelf niet theoretiseren. Dit wil niet zeggen dat ze geen vaste werkmethode hebben, integendeel, uit het voorliggend onderzoek blijkt dat de Zochers stijlvast waren. Er zijn echter geen architectuurtraktaten of beschouwende teksten en artikelen van hun hand bekend en zij leverden geen bijdragen aan het wetenschappelijk discours. Zij oefenden een ambacht uit, deden dat op zeer hoog niveau en met liefde voor de natuur. Uit de spaarzaam bewaard gebleven documenten en briefwisseling blijkt dat de nadruk van de Zochers altijd lag op het afleveren van een mooi park als eindproduct.

‘Zocherbolwerk’ Haarlem

De thuisbasis van de Zochers is de stad Haarlem. Hier wonen ze, ligt hun eigen kwekerij Rozenhagen en hier ontstaat met verschillende parkprojecten een etalage voor hun werk en een staalkaart van hun kunnen. In 1801 koopt J.D. Zocher sr. de buitenplaats Vredenrijk gelegen aan de Schoterweg te Haarlem. Een jaar later koopt hij de aanpalende buitenplaats Rozenhagen gelegen tussen Vredenrijk en de Kloppersingel recht tegenover het Prinsen Bolwerk en sticht hier de kwekerij en enterij Rozenhagen. Rozenhagen was beeldbepalend en strategisch gelegen direct buiten de Kennemerpoort aan de noordelijke uitvalsweg van Haarlem richting Velsen. Over de specifieke geschiedenis van de kwekerij is meer te lezen in de volgende paragraaf.

In 1805 krijgt J.D. Zocher sr. van zijn buurman Willem Philip Barnaart (1781-1851) de prestigieuze opdracht om de aanleg in geometrische stijl van diens buitenplaats ’t Klooster aan de Schoterweg te transformeren in landschapsstijl. Hier creëerde hij op loopafstand van Rozenhagen een visitekaartje van zijn kunnen.

Na de dood van J.D. Zocher sr. in 1817 neemt zijn zoon J.D. Zocher jr. de kwekerij over. In 1821 maakt J.D. Zocher jr. voor de gemeente Haarlem een gratis ontwerp voor de omvorming van het direct tegenover Rozenhagen gelegen en inmiddels geslechte Prinsen Bolwerk tot een wandelplantsoen. Dit ontwerp valt zo goed bij de gemeente dat hij in 1822 de opdracht krijgt een ontwerp te maken voor het ten westen van Kennemerpoort gelegen Staten Bolwerk. Hiermee was J.D. Zocher jr. verantwoordelijk voor de vormgeving van de gehele noordelijke parkgordel van Haarlem. Een betere reclame, zichtbaar vanuit de kwekerij, kon J.D. Zocher jr. zich niet wensen.

Plattegrond van de kwekerij Rozenhagen en directe omgeving, met de diverse gebouwen en de privé- parkaanleg en het woonhuis van de fam. Zocher. Het noorden is rechts.

Coll. Noord-Hollands Archief, inv. nr. NL-HlmNHA_51000390- 4_G. ‘Kaart der stad Haarlem vervaardigd naar de kadastrale meting in het jaar 1822’, vervaardigd in 1829 door F.J. Nautz en W.C. van Baarsel

De rondwandeling op Rozenhagen, zoals zichtbaar op de kaart van Nautz en Van Baarssel (1829), bood de bezoekers van de kwekerij welbewust zicht op de door J.D. Zocher jr. ontworpen aanleg van het Prinsen Bolwerk.

In 1819 huwt J.D. Zocher jr. met Amy May van Vollenhoven, weduwe van de in 1818 overleden Arnoldus Marinus Penninck Hoofd. In 1826 verwerft Amy van haar overleden echtgenoot bij de boedelscheiding de buitenplaats Akendam recht tegenover buitenplaats ’t Klooster aan de Schoterweg. In 1828, als de gemeente ruimte zoekt voor een nieuwe begraafplaats, koopt de gemeente Haarlem op voorstel van J.D. Zocher jr. Akendam van zijn echtgenote, waarna Zocher vervolgens de opdracht krijgt voor het ontwerp van de nieuwe begraafplaats. Vanaf 1828 kan J.D. Zocher jr. met zijn eigen parkaanleg en kwekerij op Rozenhagen en een stedelijk plantsoen en begraafplaats op loopafstand een staalkaart van zijn kunnen presenteren.

Ook ten tijde van de samenwerking van J.D. Zocher jr. en zijn zoon L.P. Zocher blijven zij actief in de directe omgeving van de kwekerij. In de periode 1862-1873 wordt de gehele noordelijke parkgordel door vader en zoon Zocher getransformeerd van wandelplantsoen tot villapark en uitgebreid met het Kenaupark (1865). Hiermee werd aan de “Zocherstaalkaart” van kwekerij, parkaanleg, plantsoenen en begraafplaats in de directe omgeving van hun thuisbasis een nieuw element toegevoegd: het villapark.

Wie Haarlem in de 19e eeuw vanuit het zuiden benaderde kon evenmin om de Zochers heen. Aan de invalswegen vanuit het zuiden lagen de Haarlemmerhout (J.D. Zocher jr. 1823-1827), Paviljoen Welgelegen (J.D. Zocher jr. 1809), wandelpark Koekamp (J.D. Zocher jr. 1832) en villapark Frederikspark (J.D. Zocher jr. en L.P. Zocher 1862).

Links: Uitsnede van de topografische kaart van de noordelijke stadsrand van Haarlem uit 1894. In kleur zijn de markante Zocher-projecten langs de Schoterweg aangegeven:

1. Kwekerij Rozenhagen
2. Bolwerken;
3. Buitenplaats Het Klooster
4. Begraafplaats Akendam

Download de volledige publicatie